North Pole

Op 29 maart 2010 vertrok ik voor een naar mijn doen eerder uitzonderlijke expeditie. Voor de eerste keer in meer dan 12 jaar was mijn doel niet het hooggebergte maar een vlakte. Het was dan wel een bevroren vlakte op volle zee, maar klimmen was er deze keer dus niet bij.

Mijn eerste stop was Oslo. Vandaar vloog ik dan de volgende morgen verder naar Longyearbyen. Dit is de meest noordelijke stad ter wereld op Spitsbergen, een eilandengroep ten noorden van Noorwegen. Daar ontmoette ik ook de rest van het expeditieteam. In totaal waren we met 13: 3 Amerikanen, 2 Nederlanders en 8 Belgen. Met hen hadden we ons de laatste twee jaar voorbereid op deze Noordpoolexpeditie. Het doel van deze trip was de laatste graad naar de Noordpool af te leggen op ski’s.

In Longyearbyen kreeg ik al dadelijk een voorsmaakje van de gure koude van het Noordpoolgebied: de thermometer wees -16 aan en er stond een strakke wind. De rest van de ploeg was al enkele dagen eerder aangekomen om de laatste voorbereidingen voor de expeditie te treffen. Die voorbereidingen bestonden vooral uit zichzelf vertrouwd maken met het materiaal en de sledes inpakken. Douglas Beall, mijn vaste klimpartner die er ook dit keer bij was, was zo vriendelijk geweest om me in mijn afwezigheid op te geven als vrijwilliger om een grote slede te trekken. Vermits die een stuk van het groepsmateriaal bevatten, waren die dus ook een stukje zwaarder. Op de 2e dag in Longyearbyen hebben we een “proefritje” gemaakt met de sledes en het viel me op dat een slede van 60 kg trekken beter meeviel dan ik verwacht had.

Op 2 april vertrokken we dan met een Antonov naar Barneo, de basis die de Russen elk jaar einde maart opbouwen op het Noordpoolijs. Vandaar werden we dezelfde dag nog met een helikopter naar ons vertrekpunt gebracht. Dat vertrekpunt was de 89e graad op 110 km van de Noordpool. Nadat de helikopter ons daar had afgezet, begonnen we vol goede moed te skien. Het gewicht in mijn slede was ondertussen toegenomen tot ongeveer 70 kg omdat ik op Barneo nog een container brandstof had opgepikt. De eerste dag beperkte onze tocht zich tot een tweetal uren. Dan werd het avond, alhoewel dat natuurlijk relatief is want op de noordpool is het in april 24 uur per dag licht. De tenten werden opgezet en we brachtten een eerste nacht door in de bittere koude. Buiten was het immers -30 graden, maar in onze tent liep de temperatuur al op tot een “aangename” -15 graden.

Vanaf dan werkten we volgens een vast stramien. Om 7 uur opstaan, om 10 uur vertrekken, om het anderhalf uur pauze en tussen 17 en 18 uur kamp opzetten. De eerste dagen verliep die reis relatief voorspoedig. We slaagden er in om elke dag ongeveer 15 km dichter bij de pool te geraken. Vaak waren er lange stukken over vlak ijs en dan verliep de tocht zonder al te veel moeite. Maar vaak moet je ook over compressiezones. Dat zijn zones waar twee ijsplaten tegen elkaar duwen. Daardoor wordt het ijs naar boven wordt gestuwd en vormen zich obstakels tot anderhalve meter hoog. Het vereiste telkens een stevige fysieke inspanning om met ski’s en slede over zo’n compressiezone te klauteren.

Het bleef de eerste dagen ook biiter koud. Zo koud zelfs dat een van de teamleden op het einde van de 2e dag moest geevacueerd worden. 3 van zijn vingers waren bevrozen en het risico om met die vingers verder te gaan was te groot. Een klap voor het team, maar ook een stevige waarschuwing voor iedereen voor zover dat nog nodig was.

Na een aantal dagen kwam er echter een verandering in de weersituatie: het werd warmer en de wind draaide. Die wind kwam nu niet langer uit het westen maar uit net noorden. Op de noordpool is de richting van de wind extreem belangrijk want je staat namelijk niet op land. Het ijs waarop je je bevindt, drijft namelijk met de wind mee. En als de wind uit noordelijke richting waait, drijf je dus naar het zuiden, weg van de Noordpool.

De vierde dag dreven we in een nacht 15 km achteruit, net evenveel als we de dag voordien vooruit waren geraakt. Bovendien betekent veel wind dat de ijsplaten uit elkaar drijven en dat er dus meer open water is. Daar kan je wel door maar dat vraagt een pak meer tijd en moeite. De vijfde dag raakten we op 6 uur tijd dan ook maar 6 km dichter bij de pool. En die nacht dreven we dan weer 6 km achteruit. Het begon allemaal redelijk hard op de processie van Echternach te lijken. Op de 6e dag werd het ons duidelijk dat we er op die manier niet zouden geraken. We hadden nog 2 dagen voor de Russen ons kwamen oppikken en we bevonden ons nog op 75 km van de pool: een onmogelijke opdracht.

Die 6e dag zijn we nog wel vertrokken maar niet met dezelfde gedrevenheid omdat het duidelijk was dat we ons doel niet meer zouden bereiken. We hebben dan van de nood maar een deugd gemaakt en hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om te gaan zwemmen. Niet in zwembroek uiteraard maar in een droogpak dat we konden aantrekken over onze kleding. Een unieke ervaring.

Op 10 april kregen we dan bericht van de Russen dat de helikopter onderweg was. Als troostprijs brachtten de Russen ons nog wel naar de Noordpool voor enkele foto’s, alvorens ons via Barneo terug naar Longyearbyen te vliegen.

Gegevens:

  • Naam: Noordpool

  • Hoogte: 0 meter

  • Ligging: Poolgebied

  • Coordinaten: 90° 00’ 00’’ N, 0° 0’ 0’’ O

  • Datum expeditie: april, 2010

Expeditie gerealiseerd met de steun van: