K2

Nadat ik de “7 Summits” had afgewerkt, had ik nood aan een nieuwe uitdaging. Die uitdaging vond ik in Pakistan. K2 is de tweede hoogste berg ter wereld en werd nog nooit door een Belg beklommen. Voor deze expeditie had ik me aangesloten bij een groep klimmers onder leiding van Fabrizio Zangrilli. Op 11 juni, 2009 vertrokken we uit Islamabad voor een tweedaagse busrit naar Skardu: een tocht van 800 km over de Karakoram Highway. Daar bleven we nog enkele dagen om de laatste inkopen te doen en al het materiaal in te pakken. Op 15 juni laadden we al onze bagage in jeeps en reden we over bergwegen en langs een afgrond naar Askole, het beginpunt van de K2 basecamp trekking. Daar werden we door 247 dragers opgewacht die elk 25 kg materiaal naar het basiskamp zouden zeulen. De trektocht brengt je van 2900 meter naar 5100 meter. Ze verschilt grondig van de Everest basecamp trekking. De omgeving is veel droger en er is nog nauwelijks begroeiing op 3000 meter. Bovendien zijn er geen lodges of teahouses, dus slaapt iedereen er in tenten. Tenslotte is de K2 basecamp trekking niet zo druk als die van Everest vermits naast klimmers bijna geen andere trekkers voor deze route kiezen. Wat beide wel gemeen hebben, is een adembenemend uitzicht.

Na zes dagen kwamen we aan de voet van de K2. Het basiskamp ligt er bovenop een gletsjer. De beweging van de gletsjer deed het ijs onder onze tenten meer dan eens kraken. ’s Nachts zijn we méér dan eens wakker geschrokken. Omdat de gletsjer onder onze tenten heel de tijd wegsmolt, moesten we de tenten ook regelmatig verplaatsten. In het basiskamp ben je ook gedurende de hele klim afhankelijk van dragers. Zij voeren immers regelmatig vers eten aan. K2 is dus ook vanuit logistiek standpunt een hele uitdaging.

Vanaf de eerste dag in het basiskamp begonnen we met de beklimming. Het was immers mooi weer en dan is er op K2 geen tijd te verliezen. Zoals gezegd is het weer er behoorlijk wisselvallig. Tijdens mijn expeditie op de Everest waren er wel een aantal dagen met wind op grote hoogte maar het sneeuwde er nooit. Tijdens mijn anderhalve maand op K2 viel er op ongeveer 20 dagen sneeuw. Dat beperkt het aantal klimdagen aanzienlijk. Zodra het redelijk weer is, moet je die periode ten volle gebruiken om hogerop te klimmen en de route aan te leggen.

Wij kozen voor de Cesen route en niet voor de meer populaire Abruzzi route. Het belangrijkste voordeel van de Cesen route is dat ze veiliger is. Maar ook dat is relatief. Tot 5800 meter ben je ook op de Cesen zeer kwetsbaar voor lawines en rotsval. Je moet hoe dan ook ten allen tijde op je hoede zijn.

Fabrizio had bij een vorige expeditie in 2007 de Cesen route al eens beklommen. Omdat hij toen alle touwen had aangelegd, herinnerde hij zich de ankerpunten nog. Vele van die ankers waren nog bruikbaar, wat ons heel wat tijd deed winnen. Boven kamp 2 waren zelfs grote stukken touw uit 2007 nog veilig te gebruiken. Dat bespaarde ons op weg naar kamp 3 heel wat werk.

De Cesen route is wel steiler en technischer dan de Abruzzi. Door de vele sneeuwval was de beklimming tot kamp 2 vooral een steile sneeuwklim. Daarna kwam een eerste stuk mixed climbing: technisch niet onoverkomelijk, maar je klimt op dat moment al wel op 6500 meter hoogte. Ook zijn de kamplocaties op de Cesen zeer beperkt. In het eerste kamp (5900 m) staan nauwelijks 3 tenten die dan nog deels over de rand van de richel hangen. In kamp 2 (6400 m) is plaats voor meer tenten, maar ook daar zijn tweepersoonstenten eigenlijk net te breed voor de richel. Kamp 1 gebruikten we enkel in het begin van de expeditie voor de acclimatisatie. Eens kamp 2 was opgezet, sloegen we kamp 1 over. Het werd zelfs deels afgebroken. Enkel voor noodgevallen bleef er één tent staan.

Ons doel was om op 20 juli ten laatste geacclimatiseerd te zijn. Concreet: elk expeditielid moest dan minstens één keer in kamp 3 (7200 m) geslapen hebben. Bij het begin van de expeditie leek een maand ruimschoots voldoende om de route tot 7200 te klimmen en er alle touwen aan te leggen. Maar de hevige sneeuwval gooide roet in het eten. In het begin liep alles nochtans vlot. Tijdens de tweede klim bracht ik een nacht door in kamp 1. Bij de derde trip slaagden we erin om kamp 2 aan te leggen en er te overnachten. Maar toen keerden onze kansen. Toen we met de volgende klim kamp 3 wilden bereiken, strandden we in kamp 2. Enkele klimmers werden er ziek. Toen we ook nog op een verse laag sneeuw werden getrakteerd, moesten we wel terugkeren naar het basiskamp.

Aanhoudende sneeuwval en sterke wind hielden ons daar verscheidene dagen vast. Uiteindelijk installeerden we kamp 3 pas op 26 juli. De enige andere expeditie op de Cesen route, had er op dat moment al een eerste summitpoging opzitten. Het duo van de professionele Oostenrijkse klimster Gerlinde Kaltenbrunner en haar Duitse klimpartner David Gottler was gestrand in diepe sneeuw op 8300 meter.

7 augustus, de einddatum van onze expeditie kwam dichterbij en we hadden nog zo veel werk te doen. Al ons materiaal (tenten, zuurstof, touwen, enz.) moest nog naar kamp 4. Tijd om hiervoor een afzonderlijke keer tot in kamp 4 te gaan, was er niet meer. Bovendien konden we geen beroep doen op de Pakistaanse hoogtedragers. Zij gingen uit veiligheidsoverwegingen niet hoger dan kamp 3. We moesten al het materiaal dus zelf van kamp 3 naar kamp 4 dragen. Na een overleg met alle andere aanwezige expedities besloten we de krachten te bundelen. Op 4 augustus zouden we allen samen een summitpoging wagen. Dat was de dag met de gunstigste weersvoorspellingen: windsnelheden tot 40 km per uur op 8500 meter.

Op 1 augustus vertrokken we ’s morgens vroeg uit het basiskamp naar kamp 2. Gerlinde klom met ons mee omdat haar klimpartner op dat moment al op weg was naar huis. Een dag later klommen we naar kamp 3. Tot op dat moment verliep alles voorspoedig. Daags nadien moesten we het dus zonder dragers doen, zelf al ons materiaal oppikken in kamp 3 en er de 800 meter naar kamp 4 mee klimmen. Mijn rugzak woog ruim 25 kg omdat ik ook 4 zuurstofflessen bij had. Om de risico’s te beperken had ik immers beslist met zuurstof te klimmen. Ik ben namelijk geen professionele bergbeklimmer, maar een verdienstelijk amateur die bovendien nog geen ervaring heeft met klimmen boven 8000 meter zonder extra zuurstof.

Als bijkomende veiligheidsmaatregel, hadden we onszelf een tijdslimiet opgelegd: wie om 17 u niet in kamp 4 stond, moest terug draaien. Dat betekende dat we gemiddeld 80 meter per uur moesten klimmen, wat niet overkomelijk leek. Zeker niet omdat ik vanaf kamp 3 de zuurstof aankoppelde. De zware rugzakken, maakten het klimmen echter loodzwaar. Bovendien speelde alle sneeuw van de vorige weken ons steeds meer parten. Hoe hoger, hoe dieper de sneeuw. Toen we na 3 uur amper 150 meter hoger stonden, daagde het dat het bijzonder moeilijk zou worden. Nog eens 3 uur later – we waren nog steeds niet halfweg – viel mijn zuurstofmasker uit. Bovendien gaf de man achter mij te kennen dat hij het voor bekeken hield. Het groepsmateriaal dat wij beiden droegen, was complementair. Verder gaan betekende dat ik een deel van zijn materiaal er moest bijnemen. De kans was onbestaande dat ik zo binnen de tijdslimiet kamp 4 zou bereiken. Er restte me maar één verantwoorde optie. Ik nam met mijn radio contact op met Fabrizio en maakte een einde aan de beklimming met de woorden: “Fabrizio, I’m not gonna make camp 4. I’m turning back with Paul.” Na een korte stilte kwam het antwoord: “OK. Good work on K2. Safe descent.” Een pijnlijke beslissing, maar veiligheid primeert.

Enkele uren later stonden we opnieuw in kamp 3. Nog twee teamleden zouden later die dag ook naar kamp 3 terugkeren. De volgende morgen daalden we met ons vieren af naar het basiskamp. Uiteindelijk bereikten een vijftiental klimmers kamp 4, waarvan vier via de Cesen route. Op 4 augustus vertrokken enkelen van hen daadwerkelijk voor een summitpoging. Maar ook boven 8000 meter lag er een heel pak sneeuw. Een aantal probeerde zich urenlang een weg te banen door sneeuw tot op borsthoogte. Maar allemaal moesten ze onverrichter zake terugkeren. 2009 was geen gunstig jaar voor de Karakoram. Geen enkele beklimming van K2 noch van Broad Peak. Ook het aantal geslaagde beklimmingen van Gasherbrum I en II was zeer beperkt.

Op 7 augustus hebben we het basiskamp na een verblijf van anderhalve maand ontruimd. De trektocht over de Gorghondoro La door de sneeuw en regen was nog een uitdaging, maar 4 dagen later stonden we terug in Skardu waar we voor het eerst in 2 maanden van enige luxe konden genieten.

Gegevens:

  • Naam: K2

  • Hoogte: 8611 meter

  • Ligging: Pakistan

  • Coordinaten: 35° 53’ 57’’ N, 76° 30’ 48’’ O

Expeditie gerealiseerd met steun van: